
|
Resolutie
:
De resolutie duidt het aantal pixels (of beeldpunten) aan
waaruit een afbeelding is opgebouwd. Zo staat 1.024 x 768
bijvoorbeeld voor 1024 pixels breed en 768 pixels hoog. Naarmate
het beeld uit meer pixels bestaat wordt een hogere beeldkwaliteit
verkregen.
De resolutie van uw computer vindt u als volgt in Windows:
Klik op “Start”, selecteer instellingen, klik
op configuratiescherm, dubbelklik op het beeldscherm icoon,
selecteer het tabblad instellingen. Op dit tabblad wordt in
pixels weergegeven welke resolutie uw PC gebruikt
(op de afbeelding hiernaast rood omcirkeld).
SVGA (800 x
600)
XGA (1024 x
768)
SXGA (1280 x
1024)
UXGA (1600 x
1200)
Terug naar boven
|

|
Toepassing :
Vooral als de projector op verschillende locaties gebruikt
gaat worden, is het van belang rekening te houden met het
gewicht ervan. Bij het gebruik op verschillende locaties is
het wel aan te raden om de projector te transporteren in een
op maat gemaakte transporttas of koffer.
Indien de projector op een vaste locatie geïnstalleerd
wordt, is het gewicht minder relevant.
mobiel
:
- lichte en compacte toestellen voor handig gebruik onderweg
-
draagbare toestellen met hoge lichtopbrengst
vaste
installatie : projectoren met een erg hoge
lichtopbrengt en hoge resolutie voor het zware werk.
Terug naar boven |

|
Lichtopbrengst
(ansi lumen) en contrast:
De hoeveelheid licht dat op het scherm valt, bepaald voor
een groot deel de kwaliteit van het beeld. Deze hoeveelheid
licht wordt uitgedrukt in ANSI Lumen. ANSI staat voor American
National Standard Institute.
Dit instituut heeft de meting van de lichtopbrengst gestandariseerd
en wordt door vrijwel alle fabrikanten gehanteerd. De juiste
lichtopbrengst voor uw projectie bepaald u door rekening te
houden met het projectieoppervlak en het omgevingslicht.
Hoe groter het lokaal waarin geprojecteerd wordt, hoe meer
lichtopbrengst men nodig heeft.
Hoe meer lichtinval in het lokaal binnenvalt, hoe meer lichtopbrengst
men nodig heeft.
Vuistregel blijft alsnog : vermijdt licht op het scherm en
strooilicht tussen het scherm en de projector (diffuus licht
van bv. TL-lamp).
De contrast ratio daarentegen geeft de verhouding aan die
bestaat tussen het aantal stappen of eenheden die mogelijk
zijn tussen de "kleuren" wit en zwart. Hoe groter
deze verhouding is, hoe beter de contrasten, en dus de kleurenweergave
is.
Bijvoorbeeld 400 : 1
Terug naar boven |

|
Welke
lichtopbrengst en welk contrast heeft u nodig ?
Uw keuze wordt hoofdzakelijk door 3 factoren bepaald;
1) hoe zit het met het omgevingslicht in uw projectieruimte?
2) hoe groot is uw scherm?
3) wat gaat u projecteren?
Wanneer u projecteert in een goed verduisterde ruimte heeft
u met een relatief beperkte hoeveelheid lichtopbrengst (ANSI
Lumen) reeds voldoende. Een téveel aan licht kan alleen maar
storend gaan werken. Je krijgt als kijker dan het gevoel dat
het beeld gaat overschijnen. Details in lichte kleuren verdwijnen
(bv. een pastelblauwe lucht met wolkjes wordt gewoon helemaal
wit). Een teveel aan licht gaat dan ten koste van het contrast.
Bij dergelijke projectie-omstandigheden is het dus beter om
veeleer naar contrast te kijken, dan naar Ansi Lumen.
Hoe kleiner het scherm, des te meer dit principe van toepassing
is. Projecteert u echter in een vertrek waar er wél sprake
is van omgevingslicht, dan liggen de zaken helemaal anders.
Het gegeven contrast is dan nog nauwelijks relevant. In een
lichte ruimte gaat het erom een projector te gebruiken met
een hoge lichtopbrengst. Dit gegeven wordt belangrijker naarmate
het schermformaat toeneemt.
Kies in minder gunstige omstandigheden voor de meest gunstige
opstelling. Plaats uw scherm bv. voor het raam; op deze wijze
valt er geen daglicht rechtstreeks op het doek, en het scherm
gaat meteen ook een beetje als verduistering werken.
Vermijd dus direct zonlicht op uw scherm, en vermijd ook inval
van kunstlicht. U kunt dit eenvoudig testen door uw hand vlak
voor uw scherm te houden alvorens u uw projector aanzet. Indien
u op uw scherm een scherpe schaduw van uw hand vaststelt,
is er sprake van veel lichtinval op uw scherm. Tenzij u over
een krachtige beamer beschikt, kan dit problemen geven.
U kunt dit oplossen door gordijnen te sluiten, door het licht
te richten, door de eerste rij tl-buizen uit te schakelen
of los te draaien,...
Terug naar boven |
1. Bron (PC / laptop voor computer-presentaties;
DVD/Video/satelliet-ontvanger, TV-tuner, camera,
enz... voor video-presentatie)
2. Projector
3. Afstandsbediening met muiscontrole (indien gewenst)
4. Projectiescherm
5. Extra luidsprekers (indien gewenst)
Om bij de opstelling het risico op problemen zo klein mogelijk
te houden, respecteert u volgens de regels van de kunst bij installatie
best de volgende volgorde;
1. Alles opstellen
2. Alles aansluiten
3. Projector aanzetten
4. Na aftelsequentie van projector (30sec.) ook de beeldbron aanzetten
| 16:9 conversie |
Films worden opgenomen met een speciale cameratechnologie
(anamorf), waarbij de beeldbreedte gecomprimeerd wordt. Om het
juiste formaat te krijgen, kan het beeld in de DVD-speler of
in de projector gecorrigeerd worden. Voor de beste beeldkwaliteit
wordt correctie door middel van een 16:9-formaat conversie in
de projector aanbevolen. |
| ANSI lumen |
De beeldhelderheid van data– en videoprojectoren wordt
gemeten in ANSI (American National Standards Institute). Een
oppervlak van 1 vierkante meter op een scherm wordt onderverdeeld
in 9 rechthoeken van gelijke grootte. Het berekende gemiddelde
van de beeldhelderheid in het midden van elke rechthoek wordt
gehanteerd als de waarde van de ANSI lumen. |
| Auto Setup / Auto
Synch |
De projector herkent de aangesloten bron en stelt
zich daar automatisch op in. |
| Beeldherhalingsfrequentie |
Geeft aan hoeveel beelden per seconde op de monitor kunnen
getoond worden (in Hz) (zie ook vertikale frequentie). |
| BNC |
Een connector die veel gebruikt wordt door videoprofessionals
vanwege de uitstekende prestaties. Workstations hebben BNC-kabels
met 5 connectoren : drie voor de basiskleuren (rood, groen en
blauw) en twee voor de horizontale en vertikale synchronisatie. |
| Componentsignaal |
Dit wordt ook wel het kleurverschilsignaal of YUV-signaal
genoemd. Het videosignaal wordt gesplitst in een lichtsignaal
en twee kleurverschilsignalen, die apart verzonden worden. De
beeldkwaliteit van het componentsignaal is beter dan van S-video
en wordt daarom veel gebruikt voor bijvoorbeeld het aansluiten
van DVD-spelers. |
| Compressie |
Veel projectoren kunnen hogere resoluties verwerken dan ze
in feite tot hun beschikking hebben door kolommen en lijnen
over te slaan. Omdat dit ten koste gaat van de beeldkwaliteit
hebben een aantal fabrikanten speciale compressiemethoden ontwikkeld
waarbij het beeld gecomprimeerd wordt met zo min mogelijk informatieverlies. |
| Contrast |
Geeft de verhouding weer tussen zwart en wit in het beeld.
Hoe hoger de waarde, des te meer contrast en des te scherper
het beeld. |
| DLP (Digital Light
Processing) |
Projectietechnologie die door Texas Instruments is ontwikkeld.
De kleur wordt gecreërd met behulp van een kleurwiel dat
draait tussen de lamp en die chip met spiegeltjes. Dit kleurwiel
bestaat uit diverse transparante gekleurde zones; rood, groen
en blauw. Het samenspel van reflectie op de chip, en verkleuring
van de lichtstraal met behulp van het kleurwiel, zorgt voor
het geprojecteerde beeld op het scherm. |
| Doorzichtprojectie |
Kan gebruikt worden om het geprojecteerde beeld geschikt te
maken voor doorzichtprojectieschermen. |
| Draadloze LAN |
Erkende standaard voor draadloze transmissie van data tussen
PC’s of andere electronische apparaten. Overeenkomstig
de norm IEEE 802.11a kunnen per seconde maximaal 55 Mbit aan
gegevens verzonden worden. Draadloze LAN is nog geen geschikte
vervanging voor kabeltransmissie omdat de overdracht niet in
werkelijke tijd plaatsvindt. |
| DVI (Digital Visuel
Interface) |
Een nieuwe transmissiestandaard voor digitaal verzenden van
computerdata naar bijvoorbeeld een monitor, plasmadisplay of
projector. Er vindt een conversie plaats naar een analoog signaal
waardoor de beeldkwaliteit aanzienlijk verbetert. |
| Freeze-functie |
“Bevriest” het geprojecteerde beeld zodat u programmawijzigingen
kunt doorvoeren zonder dat de kijkers het merken. |
| Frequentiebereik |
Geeft het frequentiebereik (in Hz) weer, dat een signaal nodig
heeft voor transmissie. |
| Horizontale frequentie |
Geeft aan hoeveel regels per seconde vooruit gegaan kan worden
(in kHz) |
| IR muisafstandsbediening |
De computermuis kan bestuurd worden met de afstandsbediening
van de projector. |
| Jack |
Stekerbus die met name gebruikt wordt voor video– en
audiosignalen. |
| Keystone-correctie |
Zelfs bij het omhoog projecteren blijven de zijranden van
het geprojecteerde beeld parallel lopen zodat optimale leesbaarheid
gegarandeerd wordt. |
| LCD (Liquid
Crystal Display) |
Het licht geproduceerd door de lamp wordt door middel van
kleurfilters gepolariseerd en gesplitst in de drie basiskleuren
Rood, Groen en Blauw.
Deze drie gekleurde lichtstralen gaan elk door één
van de drie LCD-panelen. De LCD-panelen zelf zorgen voor
het weergeven van licht en donker; ze zijn uitgerust met
vloeibare kristallen, die de interessante eigenschap hebben
om het licht niet of wel door te laten in functie van de spanning
waaronder ze worden geplaatst. |
| Manuele zoom |
De diagonale beeldgrootte wordt handmatig met de lens ingesteld. |
| Motorzoom |
De diagonale beeldgrootte kan ingesteld worden met behulp
van de infrarood afstandsbediening, onafhankelijk van de projectorlokatie. |
| OSD (On Screen Display) |
Statusdisplay die verschijnt op het geprojecteerde beeld en
alle basisinformatie weergeeft, zoals contrast, kleur–
en helderheidsniveau ‘s en de aangesloten bron. |
| Pixel |
Beeldelement. Het kleinste beeldsegment dat kan aangestuurd
worden. |
| Progressive scan |
Voortdurende scanning van het videosignaal bestaande uit twee
semi-frames. Beide semi-frames worden bij elkaar gevoegd om
één volledig frame te maken. Hierdoor kunnen fijne
structuren weergegeven worden. |
| PSI (Polysilicium) |
Het materiaal waaruit de beeldelementen van een LCD-projector
bestaan. De lichtdoorlaatbaarheid kan geregeld worden met electronische
signalen. |
| Resolutie |
Het aantal pixels in horizontale en vertikale richting. Hoe
beter de resolutie van de databron en de projector op elkaar
zijn afgestemd, hoe beter de beeldkwaliteit. |
| RS-232 |
Interface voor de besturing van de LCD-projector via een PC
of besturingsapparatuur zoals AMX. |
Spaarstand=
Fluistermodus |
Verlaging van de lichtopbrengst bij het gebruik van een digitale
projector. Verlaagt het ventilatorgeluid en verlengt de lamplevensduur. |
| SVGA (Super Video
Graphics Array) |
Grafische standaard voor PC ’s met een maximale resolutie
van 800 x 600 pixels. |
| S-video |
Videosignaal van hoge kwaliteit waarbij de lichtsignalen gescheiden
zijn van de kleursignalen. DIN A4 pins connector, dus voor gebruik
met S-VHS videorecorder. |
| SXGA (Super Extended
Graphics Array) |
Grafische kaart met een resolutie van 1.280 x 1.024 pixels. |
| USB (Universal Serial
Bus) |
Standaard interface voor Windows 98. Vervangt de seriële,
parallelle en andere interfaces op de PC. Hardware onderdelen
worden automatisch gedetecteerd en geconfigureerd, en zijn na
aansluiting direct beschikbaar op de PC. Momenteel alleen te
gebruiken voor de muisinterface van projectoren. |
| UXGA (Ultra eXtended
Graphics Array) |
Grafische standaard voor PC ‘s met een maximale resolutie
van 1.600 x 1.200 pixels. |
| Verticale frequentie |
Geeft aan hoeveel beelden in een seconde opgebouwd kunnen
worden (in Hz). |
| XGA (eXtended Graphics
Array) |
Grafische kaart met een maximale resolutie van 1.024 x 768
pixels |
| Zoom |
Een objectief met een variabele brandpuntsafstand. Veel projectoren
bezitten een zoomobjectief. Let wel op de aanduiding optische
zoom, want dat betekent dat de brandpuntsafstand echt gevarieerd
kan worden. |
| Zoomlens |
Een zoomlens heeft een variabele brandpuntafstand. Deze
kan variëren van groothoek tot telelens, maar ook van
groothoek tot supergroothoek, of van tele- tot super-tele.
Terug naar boven |